Champagne
Champagnekurk: van 31 mm naar 17 mm in de hals

Een champagnekurk is bij het sluiten een rechte cilinder van hooguit 48 mm lang en 31 mm dik. De machine slaat hem voor de helft in een flessenhals waar hij tot ongeveer 17 mm wordt samengeperst. Het deel in de hals wordt dus bijna half zo dun en het deel erboven blijft breed. Zo ontstaat de paddenstoel. Een draadkorfje met een metalen plaatje, het muselet, houdt de kurk op zijn plaats tegen 5 tot 6 bar druk.
In het kort
- Maat volgens de Union des Maisons de Champagne: hooguit 48 mm lang en 31 mm dik, in de hals samengeperst tot ongeveer 17 mm.
- De kurk bestaat uit geperste kurkkorrels, met onderaan twee schijfjes natuurkurk van elk 4 mm dik.
- Op de kurk drukt nagerekend 11 tot 14 kilo: 5 tot 6 kilo per vierkante centimeter op 2,27 cm², met als aanname een halsopening van 17 mm.
- Het muselet bestaat uit een ring, vier poten en een plaatje. Adolphe Jacquesson vroeg op 5 juli 1844 octrooi aan op dat plaatje.
- Wie de plaatjes verzamelt, heet volgens het Comité Champagne een placomusophile, vernederlandst placomusofiel.
Inhoud
Waar is een champagnekurk van gemaakt?
Een champagnekurk heeft twee delen. Het lijf, in het Frans de manche, is gemaakt van geperste kurkkorrels. De onderkant, het deel dat de wijn raakt, bestaat uit twee op elkaar gelijmde schijfjes gave natuurkurk van 31 mm doorsnee en 4 mm dik. Zo beschrijft de Union des Maisons de Champagne het, de vereniging van de champagnehuizen. Alle kurken moeten door het Comité Champagne zijn goedgekeurd voordat ze aan telers en huizen verkocht mogen worden. Een kurkeik levert volgens de Union pas na ongeveer 45 jaar zijn eerste bruikbare oogst.
| Kenmerk | Maat | Bron |
|---|---|---|
| Lengte | hooguit 48 mm | Union des Maisons de Champagne |
| Dikte voor het kurken | hooguit 31 mm | Union des Maisons de Champagne |
| Dikte in de hals | ongeveer 17 mm | Union des Maisons de Champagne |
| Schijfjes natuurkurk | 2 stuks, elk 4 mm dik | Union des Maisons de Champagne |
| Deel dat in de hals zit | de helft | Union des Maisons de Champagne |
| Druk in de fles | 5 tot 6 bar | Comité Champagne |
Het wijnblad Perswijn rondt de maten af op 5 centimeter lang en 3 centimeter breed. Natuurkundige Gérard Liger-Belair van de Universiteit van Reims zegt in dat blad dat de kurk even lang is als die van een stille wijn en een stuk breder, vanwege de druk. De helft blijft uitsteken, zodat je de fles met de hand kunt openen.
Op het deel van de kurk dat in de hals zit, moet de naam Champagne staan. Bij een champagne met jaartal staat ook het oogstjaar erop. Wat zo’n jaartal betekent, lees je in wat vintage champagne is.
Waarom heeft de kurk de vorm van een paddenstoel?
Omdat alleen de onderste helft in de hals gaat. Voor het kurken wordt de kurk zacht gemaakt. Vroeger gebeurde dat door hem te weken, tegenwoordig steeds vaker met droge warmte, zoals hete lucht. Daarna slaat de machine hem tot halverwege in de fles. Hoeveel de kurk daarbij inkrimpt, reken je zo uit:
- Dikte voor het kurken: 31 mm.
- Dikte in de hals: ongeveer 17 mm.
- Verhouding: 17 ÷ 31 = 0,55. Het deel in de hals houdt 55% van zijn dikte over.
- Doorsnede: 0,55 × 0,55 = 0,30. Het oppervlak van de doorsnede is nog 30% van wat het was.
De bovenste helft wordt niet samengeperst en blijft 31 mm breed. Dat is de hoed van de paddenstoel. Het samengeperste deel drukt van binnenuit tegen het glas en sluit de fles af.
De vorm verandert daarna nog. Volgens het Comité Champagne lijkt de kurk na een paar jaar op een onderrok met een ingesnoerde taille, in het Frans jupon. Ligt de fles lang op zijn kant, dan wordt de onderkant smaller en krijgt de kurk de vorm van een pen, cheville. Het Comité zegt erbij dat dit de wijn niet schaadt. Of je flessen beter liggend of staand bewaart, staat in champagne bewaren.
Hoeveel kracht staat er op de kurk?
In een fles champagne staat 5 tot 6 bar druk. Het Comité Champagne vergelijkt dat met ongeveer drie keer de druk in een autoband. De Union des Maisons de Champagne schrijft het als 5 tot 6 kilo per vierkante centimeter. Met dat getal reken je uit wat de kurk moet tegenhouden. De aanname: de opening van de hals is even wijd als de samengeperste kurk, dus ongeveer 17 mm.
- Straal van de opening: 17 mm ÷ 2 = 8,5 mm, dus 0,85 cm.
- Oppervlak: 3,14 × 0,85 × 0,85 = 2,27 cm².
- Kracht bij 5 kilo per cm²: 2,27 × 5 = 11,35, afgerond 11 kilo.
- Kracht bij 6 kilo per cm²: 2,27 × 6 = 13,62, afgerond 14 kilo.
Tegen de onderkant van de kurk duwt dus 11 tot 14 kilo. Daarom zit er een korfje omheen: volgens de Union houdt het de kurk in de hals tegen de kracht van de druk in. Een warme fles heeft meer druk dan een koude. Liger-Belair noemt voor een jonge champagne rond 6 bar bij 12 °C en 8 bar bij 20 °C. Bij 8 bar, afgerond 8 kilo per vierkante centimeter, loopt de som op naar 2,27 × 8 = 18 kilo. Waar het koolzuur vandaan komt, lees je in hoe de bubbels in champagne ontstaan.
Wat is het muselet?
Het muselet is het draadkorfje om de kurk. Het voorkomt dat de kurk onder de druk uit de fles schiet, schrijft het Comité Champagne. Het woord komt van het Franse museler, muilkorven. Een rapport op de site van de Union des Maisons de Champagne, geschreven door Serge Valentin, beschrijft drie onderdelen:
- De ring (ceinture) van zacht, verzinkt draad, onderaan. Daar zit het lusje aan waarmee je het korfje losdraait.
- De kooi van vier losse draden, de poten.
- Het ronde plaatje van blik bovenop. Daarop staat de naam van de producent en soms het logo. Het Comité Champagne noemt het de capsule of plaque de muselet.
De fles krijgt zijn kurk en korfje pas aan het eind, direct na de dosage. De stappen daarvoor staan in hoe champagne wordt gemaakt.
Van touw naar draad
Kurken kwamen volgens het Comité Champagne in 1685 in de streek in gebruik. De eerste kurkmakers, afkomstig uit Catalonië, vestigden zich vanaf 1740 in Reims en Épernay. De kurk werd eerst met de hand vastgebonden met touw, meestal van hennep. Op 5 juli 1844 vroeg Adolphe Jacquesson, handelaar in Châlons-en-Champagne, octrooi aan op een methode met een stukje blik: de plaque. Twee jaar later kreeg O. Delagrange octrooi op metalen klemmen, agrafes. De eerste draadkorfjes werden rond 1880 gemaakt en heetten toen rapide. De rest van dat verhaal staat in de geschiedenis van champagne.
Hoeveel slagen draai je het lusje van het muselet?
Je leest vaak dat het altijd zes halve slagen zijn. Dat getal staat op Wikipedia, met een weblog als bron. De organisaties uit de streek noemen geen aantal. Het Comité Champagne schrijft alleen dat je het metalen lusje losdraait terwijl je de kurk stevig vasthoudt. De Union des Maisons de Champagne zegt hetzelfde over het lusje, dat in het Frans œillet heet, en voegt toe dat het normaal tegen de klok in losgaat en bij enkele merken andersom. Champagnehuis Taittinger noemt ook geen aantal.
Wat je ermee doet: tel de slagen niet en draai tot het korfje ruim om de hals zit. Houd vanaf het eerste moment een duim op de kurk. Alle stappen staan in champagne openen zonder knal.
Champagne capsules verzamelen
De plaatjes van het muselet worden verzameld. Wie dat doet, heet volgens het Comité Champagne een placomusophile, vernederlandst placomusofiel. De eerste bedrukte plaatjes verschenen aan het begin van de twintigste eeuw. Het rapport van Serge Valentin noemt het oogstjaar 1906 als het eerste in een reeks jaartalplaatjes van het huis Pol Roger.
Voor verzamelaars zijn er catalogi en beurzen. Het rapport noemt een boek van M. Lambert waarin de plaatjes zijn beschreven, en een beurs in Vertus op 11 november. De Franse Wikipedia schat het aantal verschillende plaatjes op meer dan 30.000 en schrijft dat Claude Mailliard uit Vertus het woord placomusophile in de jaren tachtig bedacht. Wil je het plaatje bewaren, buig dan de vier poten open. Het zit daartussen geklemd.
Kan de kurk terug in de fles, of heb je een champagnedop nodig?
De kurk terugduwen lukt bijna nooit. Hij is gemaakt op 31 mm en zat in de hals samengeperst tot ongeveer 17 mm. In de kelder doet een machine dat werk, met een kurk die eerst zacht is gemaakt. Voor een aangebroken fles gebruik je een champagnedop, ook stopper genoemd. Het Comité Champagne beschrijft hem als een metalen dop met een rubberen ring en twee klemmen die onder de rand van de hals grijpen. Daarmee blijft een geopende fles volgens het Comité één tot twee dagen goed. Meer daarover staat in geopende champagne bewaren.
Bronnen
- Union des Maisons de Champagne, Corking and muselage: maten en opbouw van de kurk, 5 tot 6 kilo per cm², het muselet (geraadpleegd 5 oktober 2026)
- Union des Maisons de Champagne, The history of the muselet and its collectable plaque (rapport van Serge Valentin) (geraadpleegd 5 oktober 2026)
- Comité Champagne, veelgestelde vragen: druk, vorm van de kurk, muselet, capsule, placomusophile, openen en stopper (geraadpleegd 5 oktober 2026)
- Comité Champagne, kurken, schudden en controle: wat er op de kurk moet staan (geraadpleegd 5 oktober 2026)
- Comité Champagne, Champagne and its history: de kurk in 1685 (geraadpleegd 5 oktober 2026)
- Union des Maisons de Champagne, Dosage: kurken direct na de dosage (geraadpleegd 5 oktober 2026)
- Union des Maisons de Champagne, Ouvrir sa bouteille: het lusje losdraaien (geraadpleegd 5 oktober 2026)
- Perswijn, het grote bubbelinterview met Gérard Liger-Belair, deel 2: maten van de kurk (geraadpleegd 5 oktober 2026)
- Champagne Taittinger, veelgestelde vragen: een fles openen (geraadpleegd 5 oktober 2026)
- Wikipedia, Muselet: herkomst van het woord en zes halve slagen (geraadpleegd 5 oktober 2026)
- Wikipedia (Frans), Placomusophilie: aantal plaatjes en herkomst van het woord (geraadpleegd 5 oktober 2026)


